6,1% van de beroepsbevolking was tussen januari en maart werkeloos: 472.000 mensen. Het aantal WW uitkeringen daalde in die maanden met iets meer dan 3%. Moet een politiek leider zulke economische statistiek uit zijn hoofd kennen? Zondag opende Buitenhof het gesprek met Femke Halsema met die veronderstelling. Directe aanleiding voor het ter sprake brengen was het verkrampte optreden van Job Cohen in NOVA eerder deze week. Natuurlijk mogen we de nieuwe PvdA leider stevig aanpakken, maar beseft er eigenlijk wel iemand zich hoe vreemd de eis is?
Nederland is een democratisch land, bestuurd door een heel kabinet aan ministers die worden gecontroleerd door een 150-man sterk parlement. We hebben vakministers en staatssecretarissen op uiteenlopende terreinen. De minister van buitenlandse zaken houdt zich bezig met het handelen van de verschillende statelijke instituten in de internationale context en de minister van gezondheid zorgt dat er bij een pandemie voldoende vaccinaties worden ingeslagen.
Waarom vragen we Job Cohen of andere politieke kopstukken niet naar de omvang en de waarde van de voorraad Tamiflu? Weet hij wel hoeveel de vervanging van een Nederlandse Bushmaster kost wanneer deze is beschadigd door de explosie van een bermbom? Hoeveel euro subsidie krijgt het Koninklijk Concertgebouworkest? Ook deze zaken zijn van groot belang voor de Nederlandse belastingbetaler, maar alleen van de economie moet de toekomstig premier veel afweten. Zeggen ze.
Ze – zijn in dit geval natuurlijk de media, de gewone burger zou geen seconde hebben stilgestaan bij de economische kennis van Cohen en consorten. Her en der duikt in kranten en TV programma’s het verwijt op dat Cohen nog niet voldoende weet van de economie. Dat hiaat is geheel niet vreemd voor een premierskandidaat. Balkenende is historicus, Mark Rutte deed acht jaar over eenzelfde studie, Halsema studeerde rechten, Alexander Pechtold is kunsthistoricus en Emile Roemer jarenlang leraar in Boxtel.
Onze laatste econoom aan het hoofd van een kabinet was Ruud Lubbers. Die aan de hogeschool van Rotterdam cum laude afstudeerde. Verder hebben we een hoop juristen als premier gehad, namelijk Dries van Agt, Barend Biesheuvel en Victor Marijnen. Wim Kok studeerde bedrijfskunde en Balkenende geschiedenis en rechten. Econoom-premiers vinden we vaker binnen de PvdA. Drees en Den Uyl zijn daarbij de flinke namen. Wouter Bos heeft cum laude een studie economie en politicologie afgerond. Gerrit Zalm -tijdens zijn studie PvdA afdelingsvoorzitter- ook, alleen zonder lof. Alleen waren dat vice-premiers.
Deze verkiezingen gaan over de economie. Zeggen ze. Zou het niet mooier zijn als het gaat over de toekomst van Nederland in al zijn facetten? De economie is een belangrijk fundament voor onze place in the sun, maar er is zoveel meer. Politiek leiders moeten laten zien dat hun partij een samenhangende visie heeft op de zaken waar Nederland in de komende jaren mee te maken krijgt. We kiezen namelijk voor partijen; collectieven die in meer of mindere mate een vastgesteld programma volgen. Kennis en kritisch denkvermogen moet dan ook vooral daar aanwijsbaar zijn.
Een klein beetje inlevingsvermogen in de leefomstandigheden van de meerderheid van de bevolking siert een premier. Daarom is enig idee van de prijs van een heel casino wit wel op zijn plaats. En dat kost bij de Albert Heijn € 1,03. Dat u het even weet.
Reageren op dit bericht
Je moet aangemeld zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

