Wat zijn er ineens veel mensen liberaal. Studenten zeggen het trots bij een biertje de kroeg, ondernemers achter de toonbank van hun zaak en bonkige luchtmachtofficieren zeggen het zelfs op TV. Liberaal zijn lijkt te betekenen dat je als individu succes hebt (of dat gaat hebben), zelfstandig bent, en voor je eigen belang op kan komen. Geen onsympathieke opstelling, zo op het eerste gezicht. De doorsnee liberaal lijkt verder altijd te zeggen wat hij denkt, is voor vooruitgang ergo tegen stilstand en geniet zoveel als hij kan van het vrije leven. De liberaal tolereert vanalles behalve openlijk gelovigen en politiek links. Die twee maatschappelijke stromen zijn in zijn ogen enkel goed voor onderdrukking van het individu en tegen gezelligheid in het algemeen.

De liberaal heeft natuurlijk ook wel een beetje gelijk. Als je op je luie reet blijft zitten zul je niet snel iets groots tot stand brengen en als je de hele tijd alleen maar boos bent op hoe wereld in elkaar steekt (al dan niet om het feit dat iedereen de regels van jouw god met voeten treedt) word je vanbinnen nogal zuur. Hardwerkende en dus vermoeide gezelligheidsliberalen hebben niet veel op met luiheid en boosheid. Enigszins begrijpelijk, maar toch, nog even los van het feit of er een almachtige alwetende god is of niet, zien liberalen een paar zaken over het hoofd.

Wat de liberaal lijkt te vergeten is dat ‘de aangeklede aap’ niet is gekomen waar hij nu is door enkel aan zichzelf te denken. Wij mensen hebben iets groots kunnen opbouwen door samen hard te werken, door collectief te zorgen voor de gezondheid van ‘ons allen’, doordat miljoenen mensen gestreden hebben voor de veiligheid van anderen en zeker niet in de laatste plaats door het harde werk van miljarden mensen. Deze echte ‘harde werkers’ die daar uiteindelijk nooit veel meer voor hebben gehad (en krijgen) dan wat smakeloos voedsel een een krakkemikkig dak boven hun hoofd. Een beetje meer waardering voor hun offers zou wel op zijn plaats zijn.

Wat de liberaal ook lijkt te vergeten is dat individuele vrijheid niet los te koppelen is van maatschappelijke gelijkheid. Vrijheid is toch vooral de mate waarin een persoon in staat is om naar eigen inzicht kansen te benutten. Iedere uit de weg te ruimen beperking op het aantal kansen is ook een aantasting van de vrijheid. Elk mens heeft recht op gelijke kansen en zou dan zijn leven op basis de kansen die hij grijpt, moeten kunnen inrichten. Keuzes moeten vervolgens nieuwe kansen opleveren, en zo verder. De basis voor deze vrijheid ligt in goede ontwikkeling van kennis, leefomgeving en gezondheid. De continuïteit van deze ontwikkeling is enkel te garanderen door georganiseerde structurele samenwerking. Dit heeft na ongeveer 5000 jaar menselijke ontwikkeling zijn beslag gekregen in de staat.

Er bestaat geen individu zonder het collectief en vice versa. Om vrij te kunnen zijn hebben we een staat nodig. Geen groep zelf-gefêteerde bureaucraten, maar betrokken mensen die het functioneren van onze samen-leving mogelijk willen maken en mogelijk kunnen houden. Zo een staat is meer dan de (neo)liberale nachtwaker, die louter maatschappelijke orde en veiligheid garandeert. ‘Collectief’ kunnen we borg staan voor de kwaliteit van onderwijs, zorg voor hen die getroffen worden door lichamelijke of geestelijke ziekte, bescherming bieden tegen de grillen van het grote-geld en een goede leefomgeving vormgeven. Precies dat garandeert ware vrijheid en het voortbestaan ervan.

Een persoon die zichzelf ziet als liberaal heeft het niet helemaal bij het verkeerde eind. Hij -of zij- ziet enkel slechts één deel van een groter geheel. Er is gelukkig ook een ‘liberalisme voor gevorderden’, voor zij die zowel het nut van het individu als het collectief in het oog kunnen houden. Dat soort denken wordt ook wel socialisme genoemd.

Reageren op dit bericht

Je moet aangemeld zijn om een reactie te kunnen plaatsen.