Een spook waart door Nederland. Alle machten van het oude Nederland hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden. Eigenlijk verdient Wilders het niet, maar de felle strijd rond zijn persoon en politieke ideeën, lokt een verwijzing naar deze zin uit het Communistisch Manifest wel uit. Wat hij denkt is natuurlijk verre van communistisch, maar het ‘oude Nederland’, vecht evengoed tegen een spook.
En spoken bestaan niet (meer).
Na het lekken van groteske anti-Wilders-conclusies (uit een rapport dat over radicalisering in het algemeen zou gaan) moet de vraag gesteld worden of Wilders wel het extreem-rechtse gevaar voor de samenleving is, dat Hans Moors, Bob de Graaff en Jaap van Donselaar van hem maken? Want hoe wetenschappelijk het onderzoek ook is, over dit soort radicale politieke conclusies valt te twisten. In het bijzonder omdat het onderzoek, en de bijbehorende politieke ruggesteun doet denken aan de Wildereske (of is het Wilderiaanse?) ‘ramkoers’.
Om één opmerking erbij te halen, Wilders niet bepaald de rasechte racist, die Pechtold in hem ziet – “nu eindelijk gesteund door onderzoek”. Het ras, of de huidskleur, van de personen die Wilders politiek onder vuur neemt, lijkt niet van groot belang. Voornamelijk heeft de PVV voorman problemen met bepaalde religieuze en culturele karakteristieken, en koppelt hij die te pas en te onpas aan een specifieke bevolkingsgroep in Nederland, die van Marokkaanse origine. Wilders is hiermee een reli-cist of een cultu-cist, of wat dan ook een correcte benaming zou mogen zijn. Geen racist.
We hebben meer baat bij dit soort nuance, dan bij een ramkoers. Wilders zegt zeker dingen die niet door de beugel kunnen. Maar het is vooral het beeld dat in de media en de politiek van wordt geschapen dat hém zo gevaarlijk maakt. Hordes mensen verliezen zich in het najagen het Wilders-spook, terwijl we ons zouden moeten richten op het aanpakken van de maatschappelijke problemen. Wilders is de politieke equivalent van het lampje in een auto gaat branden wanneer de motor oververhit raakt. Wanneer dat gebeurt, ga je niet het lampje uit je wagen slopen, maar ga je op zoek naar het probleem in de motor.
Wanneer de blonde Limburger door een hysterische gek aangevallen zou worden, hebben zijn aanhangers – en dat zijn er vervelend veel- alle nodige aanknopingspunten om ‘het oude Nederland’ verwijten te maken over het naargeestige klimaat. De verwijzingen naar Pim Fortuijn zijn snel gemaakt. Dat Wilders zich bewust in deze slachtoffer-rol manouvreert lijkt me teveel eer voor het kamerlid. Bovendien wordt hij toch al jaren écht bedreigd door een handjevol idioten, dus dat hij uit zijn slof schiet na dit soort opmerkingen is ergens ook nog wel te begrijpen. Een klein beetje.
De opmerkingen van Wilders zijn bot en hufterig. Maar ze jutten mensen tegen elkaar op omdat er niemand een helder alternatief geluid laat horen. Dat alternatieve geluid moet niet gericht worden op Wilders, maar op de mensen die op hem stemmen. Zij hebben zorgen, hun zorgen zijn welliswaar niet voor de volle honderd procent terecht, maar ze zijn er wel. Bovendien zijn het kiezers, en daarmee is het taak van de volksvertegenwoordigers om iets met hun zorgen te doen. Niet benoemen en zeggen dat het allemaal niet zo erg is. Benoemen, erkennen en oplossen.
Dan zouden we zomaar eens kunnen zien dat het spook écht niet bestaat.
Reageren op dit bericht
Je moet aangemeld zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

